|
Meerjaren onderhoudsplan informatie
Wat wordt beschouwd als de oorspronkelijke meerjaren onderhoudsplan
achtergevel of de oorspronkelijke zijgevel?
De oorspronkelijke gevels moeten worden bepaald aan de hand van de
oorspronkelijke situatie. Dat wil zeggen dat bij de meerjaren onderhoudsplan
oorspronkelijk achter- of zijgevel moet worden uitgegaan van de ligging (of
situering) van de gevels van het bouwwerk zoals het in eerste instantie is
gebouwd.
Aan de hand van de destijds verleende
meerjaren onderhoudsplan
bouwvergunning kan dat veelal worden bepaald. Bij twijfels kan ook in de
praktijk aan de hand van steenkleur en voegwerk soms worden bepaald wat de
oorspronkelijke omvang was van het gebouw en welke gevels 'oorspronkelijk'
zijn. Indien direct bij de bouw een aanbouw is gerealiseerd moet de gevel
van die aanbouw overigens als oorspronkelijke gevel worden aangemerkt. Alle
aan- of meerjaren onderhoudsplan uitbouwen die later zijn gebouwd leiden er
dus toe dat ter hoogte van deze aan- of uitbouwen geen sprake meer is van
een oorspronkelijke achtergevel. In die gevallen kunnen er dus geen
bouwvergunningsvrije aan- of uitbouwen meer worden gebouwd.
Wat wordt verstaan onder het begrip dakvoet in geval van een overstekend
dak?
De dakvoet meerjaren onderhoudsplan is het laagste punt van een schuin dak.
Bij een overstek is de dakvoet het laagste punt van het overstek en ligt de
dakvoet dus voorbij de gevel. De relatie met de dakvoet is gekozen vanuit
welstandsoptiek. In het geval het dak doorloopt over een aangebouwde
meerjaren onderhoudsplan garage (zie figuur) moet de dik gedrukte lijn als
dakvoet worden aangehouden. Ook indien het dak om een andere reden
verspringt moet bij de bepaling van de dakvoet worden uitgegaan van het
laagste punt van het schuine dak. Bij bepaalde uitwerkingsvormen, zoals een
doorgeschoten kap of een kap met een flink overstek, heeft dat tot gevolg
dat een reële oplossing voor een dakkapel altijd
licht-bouwvergunningplichtig zal zijn.
|