Condens op de buitenzijde van HR-glas.
Gezien de hoge isolatiewaarde van HR-glas wordt de temperatuur van het
buitenglasblad slechts in geringe mate beïnvloed door de verwarmde
binnenomgeving. Er is dus sprake van weinig warmteverlies door de beglazing.
Als er nu een temperatuurstijging van de buitenlucht plaatsvindt en er is
tevens sprake van een hoge luchtvochtigheid, dan is op een bepaald moment de
temperatuur van het buitenglasblad gelijk aan de dauwpunttemperatuur van
waterdamp in de lucht en vindt condensatie plaats.
Hoe ontstaat condensvorming?
Het ontstaan van condensvorming wordt bepaald door twee hoofdzaken:
- Oppervlaktetemperatuur van het onderdeel;
- Relatieve vochtigheid in het vertrek.
Als de oppervlaktetemperatuur van het
onderdeel lager is dan de luchttemperatuur in het vertrek en wanneer ook de
relatieve vochtigheid in het vertrek hoog is, kan condensvorming optreden.
Hoe ontstaat een lage oppervlaktetemperatuur?
De woningen voldoen aan hoge isolatienormen. Toch geven grote, voor
afkoeling gevoelige, oppervlakken nogal eens condensproblemen ten gevolge
van een aantal wisselende oorzaken. Voorbeelden van dergelijke oppervlakken
zijn onder andere de begane grondvloeren en de met de buitenlucht in
aanraking komende gevels. Wanneer de warmtetoetreding naar deze onderdelen
belemmerd wordt, ontstaat condensvorming indien ook de relatieve vochtigheid
in het vertrek hoog is. Belemmering van warmtetoetreding vindt plaats door
bijvoorbeeld gordijnen in de hoeken van een kamer, een wandmeubel tegen de
buitenmuur, onjuiste opstelling van het meubilair.
Wat is relatieve vochtigheid?
Bij een bepaalde temperatuur is een bepaalde hoeveelheid waterdamp in de
lucht aanwezig. Die hoeveelheid waterdamp hoeft niet de maximale hoeveelheid
waterdamp te zijn, die bij die bepaalde temperatuur in de lucht aanwezig kan
zijn. Indien bij een bepaalde temperatuur wel de maximaal mogelijke
hoeveelheid waterdamp in de lucht aanwezig is, spreken we van 100% relatieve
vochtigheid bij die bepaalde temperatuur. Op onderdelen met die bepaalde
temperatuur vindt dan nog net geen condensvorming plaats. Neemt echter de
vochtigheid toe of wordt de temperatuur lager, dan treedt wel condensvorming
op. De hoeveelheid waterdamp in de lucht van een bepaalde temperatuur wordt
dus aangeduid in relatie (als percentage) tot de maximaal mogelijke
hoeveelheid waterdamp (= 100%) bij die bepaalde temperatuur. Daarnaast kan
lucht met een hogere temperatuur meer waterdamp bevatten dan lucht met een
lagere temperatuur. De relatieve vochtigheid kunt u zelf meten met een
hygrometer.
Hoe ontstaat een hoge relatieve vochtigheid?
De laatste jaren wordt in de woningbouw bijzondere aandacht besteed aan
isolatie en kier-dichting. Oudere woningen zijn, in vergelijking hiermee,
“zo lek als een mandje”, zodat een belangrijk deel van het in de woning
geproduceerde vocht via de aanwezige naden en kieren ontsnapt. In de later
gebouwde woningen ontstaat dus eigenlijk een gebrek aan ventilatie, waardoor
het vochtgehalte in de lucht, de relatieve vochtigheid dus, langzaam
oploopt. De hoeveelheid waterdamp die gemiddeld door een gezin van vier
personen wordt geproduceerd, bedraagt 7 tot 14 liter water per etmaal. Deze
vochtigheid ontstaat door: transpireren, koken, wassen, drogen, planten,
huisdieren etc.
Hoe kan de relatieve vochtigheid worden verlaagd met een
ventilatiesysteem?
Een plotselinge, vaak plaatselijke toename van de relatieve vochtigheid
vindt plaats bij:
- Koken, de waterdamp is zelfs zichtbaar;
- Douchen, ook zichtbaar en de tegels 'beslaan';
- Een feestje, de ruiten 'beslaan'.
Hoe sneller het vocht kan worden afgevoerd, des te eerder zal de relatieve
vochtigheid verbeteren. Het is daarom belangrijk de ventilatieopeningen in
de badkamer en keuken open te laten. Bij aanwezigheid, voor langere tijd,
van meerdere personen in één vertrek altijd twee ventilatieopeningen
tegenover elkaar open laten staan in de betreffende ruimte. De woonkamer
vóór het slapen gaan en de slaapkamers ná het slapen luchten. Hiervoor is
het openzetten van de ramen gedurende ongeveer 15 minuten voldoende. Indien
uw woning is voorzien van een ventilatiesysteem, dan dient dit permanent in
werking te blijven. Tijdens het koken of douchen en tot minimaal een half
uur daarna dient de mechanische ventilatie op de hoogste stand te draaien.
Hoe kan condensvorming worden voorkomen of beperkt?
In het algemeen door de relatieve vochtigheid te verlagen en de
warmtetoetreding te verbeteren. Ook de materiaalopbouw van het onderdeel
speelt daarbij een rol. Bijvoorbeeld een gemetselde en gestukadoorde wand
kan zonder problemen meer vocht opnemen dan een betonwand. De condensplekken
ontstaan meestal vlak boven de plint achter de kasten, meubels en gordijnen
en openbaren zich als grijze of zwarte vlekjes, die zich geleidelijk
uitbreiden. Controleer of alle doorvoeren in de begane grondvloer
(cv-leidingen, leidingen in de meterkast) afgedicht zijn. Meubels en kasten
dienen minimaal 5 cm vrij van de wanden te worden gehouden. In vertrekken
met zichtbare condensvorming geen was te drogen hangen. Condensvorming
treedt op bij temperatuurverlaging. Om dit te voorkomen dient de
nachttemperatuur niet lager te zijn dan circa 16°C. Dit is 4°C lager dan de
avondtemperatuur en 2°C lager dan de dagtemperatuur.
Deze informatie wordt u
aangeboden door het team van Perfectbouw. Wilt u meer informatie bel gerust
en geheel vrijblijvend 078-6849750. Voor al uw bouwtechnische keuringen /
onderzoeken kunt u contact met ons opnemen